Code oranje op Krk
Door: Roger
Blijf op de hoogte en volg Roger en Ivich
20 Juli 2020 | Kroatië, Vrbnik
Een paar kilometer vóór de Sloveense grens bezochten we Gasthof ‘Deutscher Peter’. Een bastion van Karinthische trots dat terug ging tot 23 augustus 1728, toen de Habsburgse Keizer Karl VI (die destijds tevens Keizer van de Zuidelijke Nederlanden was) de eretitel ‘Deutscher Peter’ verleende aan de waard van de herberg die toen ook al op deze plek stond. Hij bleek de enige van het hele dorp te zijn met wie de Keizer een woordje Duits kon spreken. De rest van het dorp sprak destijds ‘Windisch’, wat een mengelmoesje geweest moet zijn van Sloveens, Italiaans en Duits.
We dronken een kopje koffie aan de wild stromende bergrivier die onder het prachtige terras van Deutscher Peter doorliep. Bij de familie Tschauko stond de Karinthische identiteit voorop. Er was een speciale ‘Heimatsraum’ ingericht met allerlei oorkondes die aan de Tschauko’s waren uitgedeeld als dank voor hun verdiensten in de Karinthische Freiheitskampf 1918 – 1920. ‘Aus Liebe zur Heimat’ stond er met grote gotische letters op de muur. Of de herdenking van de Volksabstimmung op 10 oktober a.s. hier uitbundig gevierd zou worden? ‘Nur ein Bischlen sauf’n’, aldus de getapte ober bij het verlaten van de Gasthof...
Via de Loiblpass waren we snel in Slovenië. De kortste weg naar het Kroatische Krk was via een landelijke route op Sloveense tweebaanswegen. We passeerden heel wat dorpjes in het heuvelachtige landschap. Binnen 1,5 uur waren we bij het laatste dorpje, Jesane. Daar sloten we aan bij een lange file richting de Kroatische grens. Het duurde nog eens een dikke 1,5 uur voordat we onze paspoorten eindelijk mochten tonen aan een Kroatische grenswacht (inclusief opgave van het nummer waarop we te bereiken waren in geval van corona-ellende).
Een brug verbond de Istrische kust nabij Rijeka met het groene Krk. De weg over het schiereiland naar onze bestemming verliep bochtig en stijl. Krk bleek voornamelijk te bestaan uit rotsige heuvels. We hadden een appartement geboekt in Vrbnik. Kroatisch voor ‘Waar-ben-ik’, was ons ezelbruggetje in de auto. Op de tonen van Kroatische smartlappen (de radio speelde hier alleen maar Kroatische muziek) kwam de kerktoren van het lieflijke wijndorpje in zicht. Na het inchecken sloten we de dag af met een verfrissende plons in de Adriatische zee. ’s Avonds maakten we kennis met onze nieuwe buren: een lief wijnboertje die alleen Kroatisch sprak (Roger kon zich redden met zijn Tsjechisch) en de onderbuurvrouw die schapenkaas verkocht.
Dinsdag 21 juli 2020
Onze eerste echte dag op Krk brachten we door aan een klein strandbaaitje aan de oostkant van het eiland. Het beviel ons hier zo goed dat we overwogen om ons verblijf in Kroatië te verlengen met een bezoek aan nóg een eiland. Aan die gedachte kwam abrupt een einde toen we bij ons eerste strandbiertje nieuws uit Nederland ontvingen: Kroatië was op de coronalijst van het ministerie van Buitenlandse Zaken van code geel naar code oranje gegaan. Dat betekende dat de Nederlandse regering ons plotseling dringend adviseerde om niet naar Kroatië te gaan. Terwijl we net gearriveerd waren! Wat moesten we doen? Halsoverkop vertrekken terwijl Vrbnik in ieder geval meer coronaproof leek dan, bijvoorbeeld, de Tilburgse kermis? Of de situatie nog even aanzien? We kozen voor het laatste.
22, 23 en 24 juli 2020
De titel van ons reisverslag (Karinthië, Kroatië en corona) had helaas niet beter gekozen kunnen worden. In de loop van de week zagen we steeds minder Nederlandse auto’s op het plein bij ons appartement geparkeerd staan. De Kroaten op Krk maakten er een etnische kwestie van. De meeste besmettingen zouden uit Vukovar komen, een grensplaats tegen Servië aan. ‘Daar zijn verschillende Servische bruiloften gevierd’, aldus de Kroatische eigenaar van een toeristenwinkeltje. ‘In de rest van Kroatië zijn amper besmettingen.’
We besloten om de rest van de week de drukte in ieder geval te mijden. We skipten ons bezoek aan het toeristische Krk-stad en keerden om als we stranden te druk vonden. Vooral de zuidelijke toeristenbadplaats Baska deed ons, ook zonder corona, huiveren van de mensenmassa. Er bleven gelukkig nog heel wat mooi baaitjes over, zoals het strand bij Punat, aan de westkant van het eiland. In onze ‘donut’ dobberden we in verschillende baaitjes en zagen we grote scholen visjes door onze duikbril. Tegen de avond kwam er vaak een echt Balkan-onweer opzetten dat alles weer fris en groen maakte. In de supermarkt en bij het bakkertje deden we onze mondkapjes voor, maar buiten dat merkten we ’s avonds in Vbrnik weinig van de pandemie. Het was er alleen erg rustig. Maar dát was vooral vervelend voor de lieve mensen van het dorpje.
-
29 Juli 2020 - 09:28
Ed Hoffman:
Jaren geleden hebben op het terras van der Deutscher Peter een Sloveens gedicht gedicht met uitzicht op de sparrenbossen!
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley